“Epe moet veel meer een eigen dorpskarakter ontwikkelen”
Geplaatst door Harold Makaske op 29 juli 2010 00:00:00
| Ruim een jaar geleden kwam hij naar Epe. Als conceptontwikkelaar is hij betrokken bij een aantal grote projecten in het land. Een gesprek met Ernst van der Sloot (50) op een zonnig terras van Breadz over de publieke ruimte van Epe en zijn grote passie: muziek. |
Toen hij samen met zijn vriendin Joke Huisman op zoek was naar woonruimte wees een zakenrelatie hem op een appartement in Epe. “Wij kenden Epe helemaal niet en dachten direct aan de bible belt. Nadat we hier een paar keer kwamen kijken, was dat vooroordeel weg. Er is hier voldoende te doen. We zijn van Epe gaan houden.”
![]() | Ernst heeft veel vergelijkingsmateriaal. Hij verbleef jaren in het Gooi, maar ook in Groningen, Frankrijk en Saoudi-Arabië. Voordat hij naar Epe kwam woonde hij bijna tien jaar in Luttenberg. Ernst is conceptontwikkelaar. “Ik ontwikkel concepten en formules voor locaties waar consumenten komen. Dat kunnen winkelcentra, maar ook winkelformules zijn. Ik ben bijvoorbeeld betrokken geweest bij de ontwikkeling van het nieuwe concept van de pathé bioscopen. Dit is voortgekomen uit mijn werk in de vastgoedsector. Ik was als projectmanager betrokken bij de realisatie van grote winkelcentra als Hilvershof in Hilversum en Hoog Catharijne in Utrecht. Wat mij opviel was dat de rol van de consument een ondergeschoven kind was. Men bouwde grote projecten zonder stil te staan bij de wens van de consumenten. Architecten willen een mooi gebouw ontwerpen, de projectontwikkelaar wil een gebouw dat hij kan verkopen aan de eindbelegger en die wil geen risico´s lopen. Dus wordt het meestal een ‘middle of the road’ project. De consument speelt daarbij amper een rol. Ik heb kennis gehaald uit Canada en heb dat naar de Nederlandse en Europese markt vertaald. En nu word ik steeds vaker in een vroeg stadium bij grote projecten betrokken en ontwikkel ik eigen concepten. Het idee is dat je mensen langer in een winkelcentrum vasthoudt waardoor ze meer gaan besteden. De consumenten en gebruikers staan bij mij altijd centraal.” |
Met deze kennis kijkt Ernst heel anders naar de wereld om zich heen dan de gemiddelde burger. “Ik ben een beroepsgek. Als ik rondloop, kijk ik altijd hoe je het concept van de ruimtelijke omgeving consumentvriendelijker kunt maken. Daarbij verbaas ik me overigens ook vaak over het gedrag van de mensen. Als we naar Epe kijken, begrijp ik bijvoorbeeld niet dat mensen zo ogenschijnlijk ongeïnteresseerd met hun leefomgeving omgaan. Van alle plekken waar ik heb gewoond, is dit de meest vervuilde. Ik zie jong en oud rommel weggooien op straat. Daar verwonder ik me over en vraag me af waar die mentaliteit vandaan komt.”
Wat hem ook opvalt, is het gebrek aan voorzieningen voor de jeugd. “Ik ken bijna geen woonplaats zonder zwembad. Maar ook andere voorzieningen, zoals een jongerencentrum met ruime openingsuren hebben we niet in Epe. Dat is wellicht de reden dat er veel jongeren op straat hangen. Het is geen exclusief probleem van Epe, maar het valt me hier op, mede omdat de voorzieningen ontbreken. Ik denk dat er structureel overleg met de jongeren moet plaatsvinden. De hangjongeren lopen met hun ziel onder hun arm. Het zou goed zijn met hen in debat te gaan en serieus te luisteren naar hun wensen. Helaas gebeurt dat volgens mij veel te weinig in Epe. Die jongeren hebben meestal zelf hele goede ideeën en willen ook zelf wel in beweging komen en dingen doen. Daar moet je gebruik van maken. Wat je niet moet doen als politiek is zeggen ‘hier heb je een voorziening. Veel plezier ermee en regel het maar’ en vervolgens denken dat het probleem is opgelost. Als je serieus met de jongeren overlegt dan kun je samen zoeken naar oplossingen.”
| Ernst is gek op muziek. Hij is gitarist-zanger van de band What´s up doc. “Ik maak van jongs af aan muziek. Eerst piano en later gitaar. Dat is toch wel echt mijn instrument. Ik speelde in diverse bands, maar dat was op een gegeven moment niet meer te combineren met het werk. Het bloed kruipt echter waar het niet gaan kan. Joke speelt basgitaar en samen zijn we toch weer begonnen. Eerst als duo, maar daar kwamen al snel een sologitarist en drummer bij en nu treden we geregeld op. Begin dit jaar speelden we bijvoorbeeld op de pont tussen Olst en Welsum. Joke en ik spelen als duo ook wel eens op het terras bij Breadz en Roberto. Zo hebben we veel lol met z´n allen.” Volgens hem zou Epe de muziek veel meer moeten gebruiken in het promoten van het dorp. “Epe heeft relatief veel muzikale evenementen. Denk aan de Vrijdagavondconcerten, Jazz comes to Town, Epop, de Play-in Sing-in, de muzikale dagen van de ondernemersvereniging, zomeravondconcerten en nog tal van optredens in verschillende kroegen als De Kastelein en ´t Tonnetje. Als je die onder een noemer naar buiten communiceert dan kun je een heel sterk product aanbieden als dorp. Onder het mom van Epe muziekdorp kun je veel verschillende mensen naar het dorp trekken. Door strategisch te programmeren, kun je de mensen ook nog in het dorp houden waardoor ze geld gaan uitgeven. Naar mijn idee is daar veel meer uit te halen. Als ik dit jaar over de braderie loop dan word ik nog droeviger dan vorig jaar. Is dat het publiek waar je het als dorp van moet hebben? Door op cultuur te sturen, krijg je ook een ander publiek in het dorp. Publiek wat veel meer heeft te besteden. Je moet er echter wel actief werk van maken om die groepen naar het dorp te halen.” | ![]() |
Als we het over het dorp hebben dan verbaast Ernst zich over de plannen met het oude gemeentehuis. “Het is heel goed om het verkeer om dat pand weg te halen, maar het gebouw is volgens mij ongeschikt als horecavoorziening. Het feit dat er al jaren over wordt gesproken zonder dat het is gerealiseerd, bewijst volgens mij genoeg.” Hij ziet andere mogelijke bestemmingen voor het pand. “Het zou een uitgelezen pand zijn voor Bouquet en Brocante of zo´n soort winkel. Ook zou het een perfecte locatie zijn voor een goede designwinkel. Een ondernemer of enkele ondernemers die zich specialiseren in bepaalde stijlen en producten. Denk aan gespecialiseerde tweedehands goederen zoals bijvoorbeeld jaren vijftig artikelen of bepaalde lampen, glaswerk of tweedehands kleding van bekende merken. Dat is sterk in opkomst. Een andere optie ligt in de lijn van kunst en cultuur. Epe heeft genoeg ´goedweer´ voorzieningen, maar het ontbreekt aan toeristische mogelijkheden bij slecht weer. Door bijvoorbeeld een museum of een mooie galerie in dit klassieke pand te vestigen, sla je twee vliegen in één klap. Al deze mogelijkheden moet je uiteraard niet als gemeente zelf gaan exploiteren, maar je kunt het wel faciliteren. Dat begint al met een breed geformuleerd bestemmingsplan voor het pand waardoor er verschillende mogelijkheden ontstaan.”

Ernst maakt zich zorgen over de authenticiteit van het dorp. “Wat is Epe nou eigenlijk? Daar moet je over nadenken. Je moet je onderscheiden en je dus niet gek laten maken door allerlei landelijke winkelformules binnen te halen. Het is goed dat ze er ook zijn, maar met kleinere authentieke winkels kun je mensen naar het dorp trekken. Epe moet gezellig worden om te winkelen door de verrassende zaken. Je moet investeren in kwaliteit en dan ook met name in ruimtelijke kwaliteit. Het is prachtig wat Overmars heeft gedaan met die oude banketbakkerij aan de Hoofdstraat. Dat is ruimtelijke kwaliteit. De Veluwepoort is dat dus niet. Daar moet je als gemeentebestuur en ondernemersvereniging veel meer oog voor hebben. Epe moet een eigen karakter krijgen. Je moet de voordelen van het dorpse karakter uitbouwen. Dat vraagt moed van de ondernemers en vooral ook van de politiek.”





laurie rodijk schreef:
groeten van de rodijkjes