“Als ik ooit centen heb, koop ik er één”
Geplaatst door Harold Makaske op 20 januari 2010 07:01:00
| Zo’n twaalf jaar geleden kwamen ze elkaar tegen en bouwen sindsdien aan een enorme collectie elektronica. Hun collectie spelcomputers en games wordt door kenners gezien als de grootste van de Benelux. En het leukste… iedereen kan ze zien en met een deel ervan spelen, want Naomi en John Groenewold beheren het best verstopte museum van Epe: het Bonami spelcomputer museum. Maar die onbekendheid gaat veranderen. |
Naomi (36) en John (55) wonen in één van de meest tot de verbeelding sprekende panden van het dorp: 't Waeghuys aan de rondweg. Daar wonen ze letterlijk tussen de spelcomputers. “Alles staat hier in het teken van de apparatuur en we zijn er helemaal aan gewend”, zegt John als hij in de woonkamer wijst naar een doos met daarin een cd-i display. “Deze staat er al weken, maar daar storen we ons niet aan.”

Naomi en John bij de zogenaamde Arcade kasten. Deze zijn voor een groot deel bespeelbaar voor publiek
Aan tafel vertellen ze over hun passie. Naomi: “Ik ben eigenlijk de aanstichter. Mijn buurjongen had een Atari en daar mocht ik niet aankomen. Ik was daar zo jaloers en gefrustreerd over dat ik me toen voornam: als ik ooit centen heb, koop ik er één en dan mag iedereen er mee spelen. En ja… dat is een beetje uit de had gelopen”, zegt ze lachend.
“De collectie is begonnen met een Atari. En daar komt dan een andere bij en nog één en zo begin je langzaam te verzamelen”, vertelt John. “Voor de spelcomputers moet je vervolgens games hebben, dus die komen er ook bij. Daarna ga je ook reclamemateriaal en allerlei gekke voorwerpen om de spelcomputers heen interessant vinden. En zo loopt langzaam maar zeker het huis helemaal vol.”

Een klein deel van de collectie handheld spelcomputers
Verdeeld over twee verdiepingen staan ongeveer duizend spelcomputers en meer dan tienduizend games. Alles keurig opgesteld in stellingen. “We zijn nu zes jaar open als Bonami spelcomputer museum. Bezoekers moeten een afspraak maken, want we doen het nog steeds naast ons werk”, zegt Naomi. De naam Bonami heeft niets met spelcomputers te maken. “Ik wilde van jongs af aan een eigen winkel beginnen en had daarvoor ook al naam. Dat is een samenstelling van de eerste twee letters van de namen van mijn broers en mij. Ze heten Boaz en Micha. Als je daar de voorletters van mijn naam tussen zet, wordt het Bonami. Dat is de naam van het museum en de naam van mijn webwinkel waar ik games en retro spelcomputers verkoop.”

Vitrine met onder andere de In2it, een prototype Handheld van Philips en diverse types cdi portables
John legt uit dat het museum er is voor iedereen tussen de 18 en 88 jaar oud. Veel games zijn te ingewikkeld voor kleine kinderen en zij begrijpen de historische ontwikkelingen nog niet. Daarnaast zegt hij heel eerlijk. “We zijn geen plaats waar ouders hun kinderen kunnen brengen om zelf iets anders te gaan doen. Dat risico loop je met dit type museum. Ouders die zeggen ‘Oh dat is leuk dan kunnen de kinderen daar een middag naartoe’. Dat willen we absoluut niet. Kinderen zijn natuurlijk welkom, maar wel onder begeleiding van ouderen.”

Casio Handheld uit 1982. Toen al milieubewust op zonnecollector
Een belangrijke doelgroep is ook het onderwijs. “We hebben goede contacten met diverse scholen. Leerlingen van de opleiding gamedesign van het ROC Ede hebben een bezoek aan dit museum zelfs in de lesstof zitten. En zo zijn er veel meer scholen die ons weten te vinden. Het is echt mooi als je een klas op bezoek hebt”, zegt John.
Een mengeling van verbazing en ontzag overvalt me als we langs de tientallen meters stellingen met apparatuur, software en allerlei aan spelcomputers gerelateerde rariteiten lopen. John wijst op een stellage vol met ´handheld´ consoles. “Naomi en ik hebben over bepaalde dingen een andere mening. Neem deze kleine spelcomputers. Naomi zou de collectie willen beperken tot enkele grote merken, maar ik vind ook apparaten die als reclame zijn weggegeven, bijvoorbeeld door Mac Donalds, een tijdsbeeld geven.” Aan de hoeveelheid apparaten te zien, lijkt John deze discussie vooralsnog gewonnen te hebben.

Een stelling vol met circa zevenhonderd verschillende Handhelds honderdvijftig robots
Tijdens de rondgang valt de term tijdsbeeld regelmatig. “Ons museum geeft een tijdsbeeld. In de jaren zestig waren mechanische robots heel populair als speelgoed. Daarna kreeg je apparaten als schaakcomputers en vervolgens kwamen de eerste spelcomputers op de markt. Daarna heeft de ontwikkeling een enorme vlucht genomen.”
![]() Naomi bij de collectie software van circa tienduizend games | Het museum richt zich alleen op echte spelcomputers. “Computerspelletjes voor de pc laten we vooralsnog links liggen. Er komt vast een moment dat we een mooie collectie kunnen overnemen en dan voegen we in één klap een nieuw stuk aan de collectie toe. We gaan het echter niet apart verzamelen”, zegt Naomi. Verzamelen doen ze op rommelmarkten, in kringloopwinkels en vooral ook op beurzen. “Het wordt natuurlijk steeds moeilijker om zeldzame en ontbrekende zaken aan de collectie toe te voegen. Toch vinden we ook nog steeds dingen buiten de beurzen”, zegt John. Hij wijst daarbij op een futuristische ronde Philips televisie. “Dat zeldzame model heb ik onlangs in Apeldoorn bij de kringloop gevonden. Het is geen spelcomputer, maar wel interessante randapparatuur. Hij doet het prima alleen de boxen horen naar binnen te gaan als hij uitstaat en dat doen ze niet. Maar dat repareren we wel.” |
Soms bieden andere musea en verzamelaars complete collecties aan. Zo belde een vrouw ons op. Haar man was overleden en zij en haar zoon wisten niet wat ze met de grote verzameling aanmoesten. “Dat zijn tragische momenten. We kennen de meeste verzamelaars en het is triest als je op zo´n manier een collectie verwerft. Aan de andere kant is het voor de mensen wel een geruststelling dat de verzameling bij elkaar blijft en een publieke bestemming krijgt. We hebben ook al van drie musea deelcollecties kunnen overnemen. Dat staat dan bij hen in de weg en dan dragen ze het over aan een gespecialiseerde collega.”
We staan ondertussen stil bij een ‘virtuele’ machine. “Dat zijn machines waar de speler een helm moet opzetten met twee monitoren voor de ogen. Hij beweegt zich dan in een virtuele 3D wereld. Een heel bijzonder apparaat, want er zijn er maar een paar van gemaakt en voor deze is een speciale handschoen ontwikkeld. Deze hebben we gekregen van een professor bewegingsleer uit Delft. De man mocht na zijn pensionering het apparaat mee naar huis nemen, maar wist na een tijdje eigenlijk niet zo goed wat hij er mee moest. Toen belde hij ons. Het is natuurlijk heel leuk als mensen ons weten te vinden. Sinds we het museum hebben en ons op grote beurzen presenteren, zijn we goed bekend in dit wereldje.”

Een zeldzame 3D virtualreality "bril"
De collectie van Naomi en John begint 't Waeghuys uit te groeien. Ze willen in de toekomst hun museum dan ook professionaliseren. “Naast de Stichting Bonami Spelcomputers hebben we ook het beheer over de Stichting Computermuseum. Dat is een verhaal op zich. We hebben in Apeldoorn een depot met computers uit alle tijden. Daar staan ook zeer zeldzame eerste apparaten bij. Het idee is om een museum op te zetten met beide unieke collecties. Wat mij betreft helemaal zelfstandig draaiend en bij voorkeur zonder subsidies. Dat laatste zal echter heel moeilijk worden”, zegt John.
Hij schetst een beeld waarbij het museum een rol kan spelen in het onderwijs. “Door de ontwikkeling van de apparaten waar jongeren dagelijks mee spelen te laten zien, kun je de interesse in techniek opwekken. Techniek is belangrijk voor onze economie en de overheid doet er alles aan om jongeren te stimuleren voor een toekomst in de techniek te kiezen. Wij kunnen daarbij helpen.

Naomi bij de collectie van bijna 2600 verschillende games op cassetteband (voor o.a. de Commodore 64)
Dat museum zal niet in 't Waeghuys komen. “Nee, daarvoor is onze ruimte in het gebouw te klein en veel te oud. Van de mensen die hier binnenkomen, gaat negentig procent enthousiast naar huis. De andere tien procent begrijpt niet dat je een museum in zo’n oud pand kunt huisvesten. Ze hebben eigenlijk allemaal gelijk, want het mag dan wel een aansprekend gebouw zijn. Het is door de staat van onderhoud niet erg representatief. Maar zolang er geen andere locatie is, zitten we hier nog prima. We zijn ondertussen in heel Nederland goed bekend, nu nog in Epe.”
Het Bonami Spelcomputermuseum is uitsluitend op afspraak te bezoeken. Voor meer informatie en het maken van een afspraak: klik hier.




Aram schreef:
Het doet mij toch sterk denken aan Konami, een van de grootste game ontwikkelaars op de markt.
Mooie spullen trouwens!!